Verkleuringen

De natuurlijke kleur van het gebit kan per persoon verschillen. Wel is de kleur van het melkgebit van nature over het algemeen witter dan de kleur van het blijvend gebit. Dit komt doordat het glazuur van het melkgebit een andere opbouw heeft dan het glazuur van het blijvend gebit. Bij het blijvend gebit schijnt het onder het glazuur gelegen dentine meer door. Dit geeft het blijvend gebit een wat gelere kleur. Ook de hoektanden van het blijvende gebit kunnen soms wat geler van kleur zijn dan de andere tanden en kiezen. Deze van nature gelere kleur van het blijvend gebit kan niet weggepoetst worden.

We spreken over verkleuringen van het gebit wanneer er afwijkingen ontstaan ten opzichte van de natuurlijke kleur van het gebit.

Inwendige en uitwendige verkleuringen

Verkleuringen van tanden en kiezen kunnen zich binnenin de tand of kies bevinden. Dit zijn de zogenaamde inwendige verkleuringen. Voorbeelden hiervan zijn verkleuringen door medicijnen en verkleuringen als gevolg van een val of stoot. Deze verkleuren zijn vaak moeilijker te verwijderen. Dit kan vaak wel door de tand of kies te "bleken".

Verkleuringen kunnen zich ook aan de buitenkant op de tand of kies bevinden. Dit zijn de zogenaamde uitwendige verkleuringen. Deze verkleuringen worden vaak veroorzaakt door voeding, dranken (bijvoorbeeld thee, koffie en ijzerhoudende dranken) en roken. Uitwendige verkleuringen kunnen makkelijker verwijderd worden dan inwendige verkleuringen door bijvoorbeeld de tand of kies te polijsten.

Oorzaken

Verkleuringen van het (kinder)gebit kunnen veel uiteenlopende oorzaken hebben. De tandarts of mondhygiënist kan doorgaans beoordelen om wat voor soort verkleuring het gaat, hoewel de oorzaak niet in alle gevallen zal kunnen worden achterhaald.

Veel voorkomende oorzaken van verkleuringen zijn:

  • Ontwikkelingsstoornis of ziekte - Er kan iets misgegaan zijn tijdens de ontwikkeling (nog voor het doorbreken) van de tand of kies. Zo kan een infectie tijdens de zwangerschap van de moeder een verkleuring van het melkgebit van het kind geven. Maar ook bij een kind dat zelf nog voor de doorbraak van het melkgebit of blijvend gebit een infectie heeft doorgemaakt kan een verkleuring ontstaan.
  • Medicijngebruik - Antibiotica uit de groep tetracycline (bijvoorbeeld tetracycline, oxytetracycline, doxycycline en minocycline) kunnen bij kinderen tot de leeftijd van 13 jaar een verkleuring van de nog door te breken tanden en kiezen geven. Kinderen van moeders die tijdens hun zwangerschap antibiotica uit deze groep hebben gebruikt kunnen ook een verkleuring van het melkgebit hebben. Deze verkleuringen zijn vaak geel of (donker)grijs. Indien mogelijk kan, in overleg met de arts, in de periode dat tanden en kiezen gevormd worden (tot de leeftijd van 13 jaar) voor een ander antibioticum gekozen worden.
  • Overmatig fluoridegebruik - Een teveel aan fluoride in de periode dat de tanden en kiezen gevormd worden kan een witte tot bruine verkleuring geven. Dit wordt fluorose genoemd. Vaak is het glazuur in dit geval ook onregelmatig. Zie voor meer informatie glazuurafwijkingen.
  • Glazuurafwijkingen - Glazuurafwijkingen zoals kaaskiezen en amelogenesis imperfecta kunnen een gele tot bruine verkleuring geven. In deze gevallen is het gebit vaak ook minder sterk omdat het glazuur niet goed gevormd is. Zie voor meer informatie glazuurafwijkingen.
  • Chromogene bacteriën - Bij kinderen kan soms, met name langs de tandvleesrand, een groene tot oranje/bruine aanslag van de tanden voorkomen. De oorzaak hiervan is dat er zich in dat geval meer chromogene bacteriën in de mond(flora) bevinden. Dit kan geen kwaad en de verkleuring kan eventueel door de tandarts of mondhygiënist verwijderd worden door te polijsten.
  • Slecht poetsen - Tanden en kiezen die lange tijd niet goed gepoetst worden kunnen ook geel verkleuren. Dit komt door een laagje tandplak (viezigheid en bacteriën). Deze "verkleuring" kan simpelweg voorkomen en verwijderd en worden door beter te poetsen.
  • Tandsteen - Een grijs/zwart randje langs de tandvleesrand (met name aan de binnenkant van de ondersnijtanden) kan tandsteen zijn. Dit kan door tandarts of mondhygiënist verwijderd worden.
  • Gaatjes (cariës) - Witte doffe plekjes op het glazuur kunnen het begin van gaatjes (ontkalkingen) zijn. Bruin/zwarte vlekjes op tanden en kiezen kunnen duiden op gaatjes in een later stadium. Maar bruin/zwarte verkleuringen hoeven niet altijd gaatjes te zijn. De tandarts of mondhygiënist kan dit beoordelen.
  • Ongelukjes - Bij een val of stoot op een tand of kies kan deze geel, grijs, blauw of zwart verkleuren. Dit kom door een bloeding in de tand. De zenuw kan dan afsterven. Bij het melkgebit is dit niet zo erg omdat de tand of kies nog wordt vervangen. Bij het blijvend gebit zal dit niet meer vanzelf weggaan. De tandarts kan in dat geval om esthetische redenen de tand of kies witter maken door deze te "bleken".