Ongelukjes / tand eruit

Kinderen spelen, klimmen, stoeien en hebben zo een wat groter risico op een ongelukje met hun gebit. Door een val of stoot kan een tand afbreken, los gaan zitten of er helemaal uitvallen.

Als dit bij een melktand gebeurt is dit minder erg dan bij een blijvende tand. Een melktand wordt immers nog vervangen. Toch kan een uitgevallen of beschadigde melktand de ondergelegen blijvende tand beschadigen.

Belangrijk - Eerste hulp bij ongelukjes met het gebit
  • Raadpleeg altijd zo snel mogelijk een tandarts en wacht niet!
  • Het is wel handig om eerst even naar de tandartspraktijk te bellen of deze open is zodat er geen onnodige tijd verloren gaat! Is de eigen tandarts niet bereikbaar of is het weekend, zoek dan een andere tandarts of een spoedtandarts.
  • Vergeet niet om de uitgevallen tand of het afgebroken stukje tand mee te nemen, voor zover dit teruggevonden kan worden.
  • Pak een uitgevallen tand alleen bij kroon vast (gedeelte dat boven het tandvlees uitsteekt).Maak de tand niet schoon en desinfecteer hem niet.
  • Neem een uitgevallen tand bij voorkeur mee in een beetje melk of speeksel. Zorg dat de tand nat blijft. Een uitgedroogde tand zal meestal niet meer succesvol kunnen worden teruggezet.

Uitgevallen tand

Vooral bij een uitgevallen tand is het belangrijk om zo snel mogelijk de tandarts te bezoeken. Een tand die binnen een uur wordt teruggeplaatst maakt een grotere kans op herstel.

Er kan ook getracht worden de tand bij het kind terug te plaatsen om direct daarna naar de tandarts te gaan. Hij moet dan wel eerst met enkel water (geen zeep) worden afgespoeld. In de praktijk zal dit echter niet altijd even makkelijk gaan omdat het kind pijn heeft en het soms niet goed te zien is hoe de tand moet worden teruggeplaatst.

De tandarts kan beoordelen of de tand uiteindelijk teruggezet kan worden. Een melktand zal niet altijd teruggezet worden.

Losse tand

Het kan ook zijn dat een tand los is gaan zitten of naar achter is geklapt. Ga ook in dat geval zo snel mogelijk naar de tandarts. De tandarts kan beoordelen of de tand weer rechtgezet kan worden.

Afgebroken tand

Ook bij het afbreken van een stuk(je) tand is het belangrijk om snel naar de tandarts te gaan. Dit is omdat bij een afgebroken tand kan de zenuw bloot komen te liggen wat een ontsteking kan veroorzaken. Hierbij is er echter wat meer tijd dan bij een uitgevallen of een losgeraakte tand. Neem het afgebroken stukje tand, als dit nog teruggevonden kan worden, wel mee naar de tandarts. Soms kan het afgebroken stukje weer aan de tand gezet worden. Maar ook met behulp van een witte vulling kan een afgebroken tand meestal weer mooi hersteld worden.

Een afgebroken melktand zal de tandarts niet altijd behandelen omdat deze nog vervangen wordt. Wel kunnen in dat geval de scherpe randjes van de afgebroken tand worden bijgeslepen om ervoor te zorgen dat het kind hier geen last van heeft.

Behandeling en gevolgen

Na het terugplaatsen of rechtzetten van een tand kan deze door de tandarts gespalkt worden. Hij wordt dan tijdelijk vastgemaakt aan de naastgelegen tanden. Na verloop van tijd zal de tandarts controleren of het gelukt is de tand te behouden.

Van een tand die is uitgevallen, afgebroken of losgeraakt kan na een tijdje de zenuw afsterven. Hierdoor kan de tand grijs/blauw tot zwart verkleuren. Soms is dan een zenuwbehandeling noodzakelijk. Om de tand weer wit(ter) te maken kan de tandarts deze bleken.

Een kind dat voortijdig zijn melktand(en) verliest zal een tijdje met een gat in de mond moeten rondlopen. Afhankelijk van de leeftijd zal dit kortere of langere tijd zijn. Dit kan in het begin lijden tot problemen met praten. Het kan ook zijn dat in dit geval het doorkomen van de blijvende tand iets langer op zich laat wachten. Daarbij is het altijd even afwachten of de blijvende tanden niet beschadigd zijn.

Indien een blijvende tand na een ongelukje niet meer te redden is moet hiervoor een andere oplossing komen. Dit kan bijvoorbeeld een brug of een implantaat zijn. Bij kinderen tot de leeftijd van 18 jaar kan dit lastig zijn omdat de kaak nog niet volgroeid is. Een implantaat kan in principe pas worden geplaatst als de kaak volgroeid is, hoewel hier tegenwoordig meer mogelijkheden voor komen.